Het bericht over de redding van de Durgerdammer vissers van het ijs van de Zuiderzee in 1849 baarde landelijk opzien. Het verdwijnen van
de Zuiderzeevisserij was voor de Vollenhoofse gemeenschap een ingrijpende gebeurtenis. Dit monument is opgericht als aandenken aan
de wonderbaarlijke redding van de Durgerdammers en om de herinnering aan het visserijverleden van Vollenhove levend te houden.
14 DAGEN OP EEN IJSSCHOTS
Op zaterdag 13 januari 1849 gingen de Durgerdammer vissers
Klaas Bordingmet zijn zonen Klaas en Jacob het ijs van de Zuiderzee
op om bot te vangen. Toen zij huiswaarts wilden keren merkten zij dat
ze met het ijs van de kust waren afgedreven. Het lukt hen niet om aan
wal te komen. Voortgedreven door wind en stromingen dobberden zij
14 dagen lang rond op zee op een afbrokkelend stuk ijs. Zij hielden
zich in leven emt rauwe vis en opgevangen regenwater.
Op 25 januari werd op het kerkhof bij het Kerkplein in Vollenhove een
levende haring gevonden; uit de snavel gevallen van een zeemeeuw.
Enkele vissers voeren daarop uit in de hoop de eerste haring van het
seizoen te vangen. Onder het vissen, twee dagen later, hoorden zij het
hulpgeroep van de Durgerdammers. Met opgetrommelde collega vissers
werden de Durgerdammers van het ijs gered en in Vollenhove aan land
gebracht en verpleegd. Zij waren sterk vermagerd en leden aan
bevriezingsverschijnselen.
Op 5 februari bezweek de oudste zoon Klaas aan de geleden ontberingen,
gevolgd door zijn vader op 26 februari. Zij werden in Vollenhove op de
algemene begraagplaats begraven. Alleen Jacob Bording overleefde de
barre zwerftocht en keerde naar zijn geboortedorp terug. Commissies in
Vollenhove en Waterland brachten geld bijeen om de nagelaten weduwe
Bording met haar kinderen in levensonderhoud te voorzien.
|